Indeling en gevaren
De klassen, de verpakkingsgroepen en de eigenschappen die bepalen hoe gevaarlijke goederen worden ingedeeld en welke gevaren moeten worden meegedeeld.
Bijkomend gevaar
Aanvullend gevaar dat een gevaarlijke stof of voorwerp naast het hoofdgevaar bezit, aangegeven door het etiket voor bijkomend gevaar en door een vermelding in de overeenkomstige kolom van de lijst van gevaarlijke goederen.
Compatibiliteitsgroep
Letter (A tot en met N, S) die de compatibiliteitsgroep van de ontplofbare stoffen en voorwerpen van klasse 1 aanduidt, gebruikt bij de classificatie (bijvoorbeeld 1.1A) en in de bepalingen voor de scheiding.
Gevaarsidentificatienummer
Gevaarsidentificatienummer (Kemler-code) dat op de oranje borden wordt vermeld bij het vervoer in tanks of als los gestort goed, en dat de voornaamste gevaren van de vervoerde stof aangeeft.
Klasse
Categorie van gevaarlijke goederen op grond van het overheersende gevaar dat zij vertonen, genummerd van 1 tot en met 9 (1 Ontplofbare stoffen en voorwerpen; 2 Gassen; 3 Brandbare vloeistoffen; 4.1, 4.2, 4.3 Brandbare vaste stoffen en dergelijke; 5.1 Oxiderende stoffen; 5.2 Organische peroxiden; 6.1 Giftige stoffen; 6.2 Infectueuze stoffen; 7 Radioactieve stoffen; 8 Bijtende stoffen; 9 Diverse gevaarlijke stoffen en voorwerpen).
Mariene verontreinigende stof
Stof of mengsel dat als gevaarlijk voor het aquatisch milieu is aangemerkt en dat voor het vervoer onderworpen is aan aanvullende voorschriften voor kenmerking, documentatie en stuwage.
Milieugevaarlijk
Merkteken ter aanduiding van milieugevaarlijke stoffen (bijvoorbeeld mariene verontreinigende stoffen), vereist wanneer de stof voldoet aan de criteria van UN 3077 of UN 3082 of als mariene verontreinigende stof is geclassificeerd.
Scheiding
Scheiding die in acht moet worden genomen tussen gevaarlijke goederen die gevaarlijk met elkaar reageren. De IMDG Code stelt vier scheidingsgraden tussen colli vast, van „verwijderd van” tot „in de lengterichting gescheiden door een tussenliggende volledige afdeling of een tussenliggend volledig ruim van”, terwijl het ADR hetzelfde beginsel uitdrukt in de vorm van verboden tot samenlading.
Scheidingsgroep
Groepering van gevaarlijke goederen met bepaalde overeenkomstige chemische eigenschappen volgens de IMDG Code (SGG1 tot en met SGG18), gebruikt voor de scheiding bij de stuwage.
Stuwagecategorie
Categorie die in kolom 16 van de lijst van gevaarlijke goederen van de IMDG Code wordt toegekend, van A tot en met E voor verpakte goederen, en die bepaalt waar de goederen aan boord mogen worden gestuwd, aan dek of onder dek, en of vervoer op passagiersschepen is toegestaan.
Verboden
Status van een stof waarvan het vervoer krachtens het toepasselijke reglement is verboden (verboden positie in de lijst van gevaarlijke goederen).
Verpakkingsgroep
Groep waarin bepaalde stoffen, voor verpakkingsdoeleinden, op grond van hun mate van gevaar worden ingedeeld: I zeer gevaarlijk, II gevaarlijk, III minder gevaarlijk.
Vervoerscategorie
Categorie van 0 tot en met 4 die in het ADR aan elk gevaarlijk goed wordt toegekend en die de vermenigvuldigingsfactor voor de per transporteenheid vervoerde hoeveelheid en de drempel van 1 000 punten van de gedeeltelijke vrijstelling voor de per transporteenheid vervoerde hoeveelheden bepaalt.
Vlampunt
Laagste temperatuur van een vloeistof waarbij de damp daarvan met lucht een ontvlambaar mengsel vormt. De referentiemethode is de bepaling met de gesloten kroes.
Zelfontbrandingstemperatuur (°C)
Laagste temperatuur waarbij een stof in een normale atmosfeer spontaan ontbrandt zonder externe ontstekingsbron.